Home

Belastingdienst kan tienduizenden rechtszaken verwachten van verhuurders met wijziging spaar- en rendementsheffing in 2022

Met de te veranderen wet op sparen en beleggen zullen de huiseigenaren met huurders die daar al voor de euro zaten, een onevenredig nadeel ondervinden.

Eigenaren met woningen die in 2001 een WOZ waarde hadden van 125.000 gulden (56.722 euro) zagen die waarde inmiddels stijgen naar 200.000 euro.

Uitgaande van een rendement van 4%  in 2001 zou dat netto 6.000 gulden bedragen
Met een huur van 525 gulden is dat dan 6.300 gulden
Dat kwam redelijk met elkaar overeen.
6.300 gulden is dan het bruto rendement.
Als je daar de kosten van waterschap, OZB, rioolrecht etc. van af haalt, dan blijft er inderdaad iets van 6.000 gulden over

525 gulden huur per maand in 2001 is 238,23 euro
Afgezet tegen het toenmalige miniumumloon van 2.544 gulden is dat 20,5%
Met de wettelijk huurverhogingen van 2002 t/m heden zou de huur nu  375 euro bedragen
Afgezet tegen het huidige minimumloon van 1.616 euro is dat 23%
Dat loopt dan ook nog best redelijk in de pas.


Met een huidige WOZ waarde van 200.000 wordt in 2022  maar liefst 30% over een fictief rendement van 5,33% gerekend.

Terwijl het werkelijke rendement ver achter blijft.

De huidige huurder er uit zien te krijgen is onmogelijk met die huurbescherming, en het zou ook niet hoeven.
Maar als bij die eigenaren het weinige rendement zowat in zijn geheel wordt wegbelast, is er geen geld voor onderhoud, laat staan dat er verlangd kan worden dat, zonder enig werkelijk rendement, aanstalten gemaakt zal worden om die woning te verduurzamen.

Blijft over de huurder er uit te pesten, de woning te verkopen en de opbrengst bij het spaargeld te voegen dat tot 440.000 niet belast wordt.

Reageer...