Dr. Martien Kooyman;
Harm reduction is geen behandeling. Drugsvrije behandeling is de beste harm reduction”.

Niet drogeren, maar afkicken!

verslag

22 APRIL 2008

19.00 UUR

hotel mercure, den haag

U kunt dit verslag downloaden vanaf www.clearlight.nl, (ook voor adressen van de sprekers en de org. stichtingen).

conferentie georganiseerd door

Stichting in de Vrijheid, in samenwerking met Stichting Clear Light en Moedige Moeders Den Haag

Notulist

Mw. Angela Lolis

Voorzitter

Dhr. Rob Hederik

Sprekers op deze conferentie:

1.       Opening, door dhr. Rob Hederik

2.       EURAD NEDERLAND bijdrage door de heer Wil Waaning

3.       Moedige Moeders Den Haag, bijdrage door mevrouw Wil Vonk

4.       Clearlight, bijdrage door Abby Mensingh

5.       Dr. Martien Kooyman, psychiater

6.       EURAD International, bijdrage door Renée Besseling,

7.       Dhr. Remko Joritsma, directeur opvangcentrum Stichting In de Vrijheid

8.       Sluiting, door dhr. Rob Hederik

 

1.

 Opening

door ROB HEDERIK

Dhr. Hederik heet een ieder welkom en opent de conferentie.

Dhr. Hederik geeft een toelichting waarom gekozen is voor deze conferentie. Zowel in diverse gemeentes als landelijk en Europees wordt het drugsbeleid van de komende jaren opnieuw vastgesteld. De VN gaat ook het drugsbeleid evalueren. Het is van belang om een tegengeluid te laten horen met betrekking tot het huidige drugsbeleid.

2.

 Eurad nederland in oprichting

Door Wil Waaning

 

Dhr. Wil Waaning vertelt dat er momenteel al 52 organisaties zijn aangesloten bij EURAD Internationaal. Verder vertelt hij dat EURAD Nederland nog niet bestaat en dat deze organisatie opgericht zal gaan worden. Afkicken is belangrijk en een deel van een restrictief beleid dat EURAD tot doel heeft. Het gedogen, het reguleren of een semi legalisering van drugs is onacceptabel. Hiermee bedoelen wij bijvoorbeeld het blijven geven van methadon en heroïne op "medisch" voorschrift.  EURAD wil door samenwerking het drugsprobleem oplossen. EURAD wil gewoon van de drugsproblemen af! Dit doel wil men bereiken door de politiek te benaderen, voorlichting te geven en conferenties te organiseren. EURAD is een 
stichting die in 1989 is opgericht door 9 organisaties uit 9 Europese landen. Met het oprichten van EURAD Nederland willen wij de actieve krachten tegen drugs en het liberale drugsbeleid bundelen. Op die manier kan er in Nederland meer gedaan worden om het doel te bereiken. Juist het Nederlandse drugsbeleid, wat voor zoveel problemen zorgt, wordt door het buitenland nauwlettend in de gaten gehouden. Daarom is het van groot belang dat er een tegenstem is tegen het Nederlandse drugsbeleid.  EURAD Nederland wil die stem zijn. Een 5-tal Nederlandse organisaties zijn er al aangesloten en meerdere zijn onder weg. Deze zijn;

-          Moedige Moeders

-          Clearlight

-          Voorkom!

-          Concerned Citzens (Schreeuw om leven, deze organisatie houdt zich bezig met de rechten van het kind.

-          LCD (Landelijke Christelijke Drugspreventie)

De doelstelling is de vraag naar drugs te verminderen (dit doel wil men bereiken door het bestrijden van drugsgebruik en voorlichting te geven om op die manier te werken aan drugspreventie). Door de vraag naar drugs te verminderen neemt o.a. de handel in drugs af. Om deze doelen te bereiken is samenwerking van groot belang.

Om de taken aan te kunnen is een bestuur nodig van 5 - 7 personen. Meer personen kunnen "cellen" vormen. De taken van deze cellen kunnen zijn: (1) bevorderen / ondersteunen Moedige Moeders die moeilijk van de grond komen. (2) Bewerken van de (landelijke) politiek of (3) ondersteunen van betrokkenen bij regionale politiek. (4) Acties naar de pers / reactie op artikelen in de pers. (5) Communiceren en informeren onderling, m.b.t. de aangesloten EURAD organisaties in Nederland.

 

ALLE bestuursfuncties zijn vacant. Hein Schaaij is nu penningmeester en tijdelijk voorzitter. Het nieuwe bestuur zal ingewerkt worden door Hein Schaaij en Wil Waaning. Renée Besseling geeft steun vanuit EURAD Internationaal.  

De tijd die een bestuursfunctie vergt is erg afhankelijk van de functie en de taakverdeling

Dhr. Waaning roept geïnteresseerden op om zich op te geven voor een functie binnen EURAD Nederland.

Conclusies

Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met dhr. Waaning om zich op te geven voor een functie binnen EURAD-Nederland.

3.

 Moedige Moeders den haag

Door Wil vonk

Mevrouw Wil Vonk stelt zich voor als CDA gemeenteraadslid van Den Haag, trouwambtenaar en voorzitter van Moedige Moeders Den Haag en omstreken. Moedige Moeders Den Haag is des tijds opgericht uit onvrede met de reguliere verslavingszorg. Moedige Moeders is tegen drogeren en voor afkicken. Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen. Zo zijn er in Den Haag ten opzichte van andere delen van het land, goede mogelijkheden om af te kicken. Mistral, Tripple-ex en de Emiliehoeve zijn prima voorzieningen waar daadwerkelijk afgekickt wordt, zonder dat cliënten worden gedrogeerd.

Mevrouw Wil Vonk merkt op dat de gemeente niet controleert of de producten die zij inkopen, ook daadwerkelijk geleverd worden. De slager keurt zijn eigen vlees. De AWBZ pot wordt gebruikt en dat drukt niet op gemeente gelden.  Mevrouw Wil Vonk benadrukt dat vooral de landelijke politiek zich moet inzetten om te onderkennen dat het gedoogbeleid en het sluiten van de ogen voor de steeds jonger wordende alcohol- en drugsgebruikers, gestopt moet worden. Op gemeentelijk niveau wordt er getracht om het alcohol gebruik aan banden te leggen en scholen hebben of krijgen een veiligheidsprogramma, om de jongeren zo ver als dat mogelijk is, een veilige drugsvrije plek te bieden. Mevrouw Wil Vonk roept de media op om aandacht te schenken aan de problemen rond het huidige drugsbeleid en vooral ook aandacht te schenken aan hoe het anders kan.

Conclusies

Gemeenten zouden de door hun ingekochte producten beter moeten controleren. Nu keurt de slager zijn eigen vlees! De media wordt opgeroepen om aandacht te schenken aan de problemen rond het huidige drugsbeleid.

4.

Clearlight

door Abby Mensingh

De heer Abby Mensingh stelt zichzelf voor als ervaringsdeskundige en ziet het zijn taak om zijn aan den lijve ondervonden ervaringen met het verslavingsbeleid met een ieder te delen, zodat jongeren gewaarschuwd worden voor de gevaren van drugs. Dhr. Abby Mensingh verteld over zijn drugservaringen. Hij begon in 1965 te experimenteren met drugs en tot 2003 heeft hij alle drugs die je maar bedenken kan, gebruikt. Eigenlijk had hij hier niet meer gestaan, als hij bij de reguliere verslavingszorg had blijven lopen. Methadon wordt veelal voorgeschreven aan verslaafden. Methadon heeft nadelige gevolgen, zoals obstipatie en emotionele vervlakking. Maar er zitten meer nadelen aan methadon. Zo maskeert methadon de symptomen van kanker, leverbeschadiging, longontsteking en kan een geestverwarring (bewustzijnsstoornis met hallucinaties) veroorzaken als iemand ook verslaafd is aan alcohol. Bovendien kan men eenvoudig een overdosis krijgen als er ook andere middelen tegelijkertijd met methadon gebruikt worden.

Dhr. Abby Mensingh vertelt over experimenten met gebruikersruimtes op nog geen 15 meter van een groot speelplein voor kinderen, een directe aanslag zijn op de geestelijke ontwikkeling van tientallen kinderen. Dit is onacceptabel voor de ouders en onverantwoordelijk gedrag van de personen die dit hebben gerealiseerd! Gezondheidscentrums zijn voor de gezondheid van de mens. Het is dan ook bizar dat in deze gezondheidscentrums levensgevaarlijke drugs genuttigd mogen worden, verkregen uit criminele activiteiten waar de burger het slachtoffer van is geweest. Men heeft bij het realiseren van dit soort voorzieningen niet verder gekeken, dan de neus lang is!

Nederland is door het gevoerde drugsbeleid verworden tot een grote coffeeshop, waar alle drugs voor jong en oud voor de Nederlandse en buitenlandse bevolking, verkrijgbaar is. Hierdoor hebben al vele ouders hun kinderen kunnen begraven, vele onschuldige burgers zijn reeds op gruwelijke wijze vermoord. Een realiteit waarvoor we onze ogen niet mogen sluiten.

De drugshandel en de vrije verkrijgbaarheid van de drugs, is het grote gat in de dijk waaruit alle ellende onze samenleving binnen blijft stromen. Dit gat dient gedicht te worden! Dhr. Abby Mensingh verteld over de werkzaamheden van Clearlight. Zo worden de ouders van verslaafde kinderen ondersteunt. Door het verdriet wat ouders van verslaafde kinderen hebben en door de radeloosheid zien tal van ouders van verslaafde kinderen de weg niet meer. In een dergelijk geval steunen de ervaringsdeskundigen van Clearlight de ouders en nemen ze samen met hen de juiste stappen. Ook worden verslaafden begeleid naar passende afkickcentra en wordt contact onderhouden tijdens en na de behandeling. Indien van toepassing worden ook ouders en/of familie ondersteund voor, tijdens en na de behandeling.

Clearlight benadert de lokale en landelijke politiek om zodoende een omslag in het denken te bewerkstelligen zodat er vernieuwde wegen ingeslagen zullen gaan worden. De werkelijk effectief werkende instellingen in de verslavingszorg worden met nadruk bij naam genoemd. Clearlight probeert de wantoestanden in de verslavingszorg aan de kaak te stellen en te onthullen. Er wordt pakkende drugsvoorlichting aan jongeren, ouders, organisaties en de politiek gegeven.

Conclusies

Het huidige drugsbeleid is geen zorg, in de zin dat de gezondheid van de verslaafde verbeterd wordt. Mensen blijven verslaafd en de “zorg” die ze krijgen door het geven van methadon en heroïne, maskeert symptomen van ziektes, waardoor de verslaafde vroegtijdig kan overlijden. Dit is niet alleen vreselijk voor de verslaafde zelf, maar ook voor zijn familie. Want de familie kan vaak niets anders doen dan reddeloos toezien hoe de verslaafde afglijdt. Daarom wil Clearlight hulp bieden, om te voorkomen dat jongeren drugs gaan gebruiken en om de verslaafde hulp te bieden om af te kicken. De enige echte oplossing voor zowel de verslaafde, als voor de familieleden van die verslaafde.

5.

Het nederlandse drugsbeleid, deel van het probleem

  Door Dr. Martien Kooyman, psychiater

In 1969 begon mijn ervaring als behandelaar van jongeren verslaafd aan drugs. Aan het eind van mijn opleiding tot psychiater werd ik medisch leider van het programma voor drugsverslaafden van het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs in den Haag. Onder de cliënten bevond zich een kleine groep, die verslaafd was aan opiaten. Dat was toen opium, verkregen van Chinezen in Amsterdam en morfine o.a. verkregen door inbraken in apotheken. Ik schreef methadon voor, eerst als tabletten later als een drankje, dagelijks op het CAD te gebruiken met de verwachting, dat nu vanzelf het gedrag zou veranderen. Dit bleek niet zo te zijn. Onze cliënten raakten snel de kamers kwijt die de maatschappelijk werker, Rob de Vries, voor ze had geregeld. Ook werden ze zeer snel ontslagen uit de banen, die voor hen waren gezocht, meestal omdat ze eenvoudig niet  waren komen opdagen. Toen we na een jaar besloten urinecontroles in te voeren bleek iedereen bij te gebruiken. Dole en Nyswander, die in Amerika waren begonnen met de verstrekking van methadon als substitutie voor heroïne  en die verslaving aan opiaten hadden beschouwd als een ziekte, zoals suikerziekte, schreven tien jaar later, dat er meer nodig was voor de rehabilitatie van heroïneverslaafden dan alleen de  verstrekking van een vervangend middel. Verstrekking van methadon zonder verdere begeleiding werd discutabel.

De Amerikanen Bratter en Casriel noemden in een artikel het zonder verdere behandeling levenslang het verslavende middel methadon verstrekken de grootste maatschappelijke misdaad ooit begaan.

Nadat ik in Den Haag een opvoering had gezien door deelnemers van een  therapeutische gemeenschap in New York over hun behandeling en daar voor het eerst ex-drugsverslaafden had gezien besloot ik te proberen een dergelijke behandeling  ook in Nederland mogelijk te maken.

Op 14 februari 1972 werd in een leegstaande boerderij, die door grondruil op het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal was komen te liggen de therapeutische gemeenschap (T.G.) Emiliehoeve opgericht.

Met vallen en opstaan werd daar naar voorbeeld van de Amerikaanse T.G.’s een succesvol drugvrij behandelprogramma ontwikkeld.

Opvallend was, dat ik in de eerste chaotische maanden zonder noemenswaardig succes veel  complimenten van collega’s kreeg: ”Wat goed dat je je inspant voor zo’n moeilijke groep verslaafden”.

Toen enkele jaren later bleek dat de deelnemers met succes behandeld werden, het programma groeide en zelfs ex- deelnemers  in de behandelstaf werden opgenomen kreeg ik kritiek: “De aanpak is te hard, een druppel op een gloeiende plaat. Wat doe je met de mensen die niet op de Emiliehoeve komen?”.        

In die tijd was ik nog steeds verantwoordelijk voor het methadonprogramma van het CAD. Als een deelnemer bleef bijgebruiken kreeg hij of zij te horen: “Je hebt meer nodig we gaan alleen door met de verstrekking van methadon als je een introductieprogramma voor de Emiliehoeve of het inmiddels gestarte dagcentrum Het Witte Huis  gaat volgen".

Veruit de meeste kozen hiervoor en kwamen zo in een behandeling terecht gericht op een bestaan zonder drugs, zonder alcoholproblemen en zonder afhankelijk te zijn van hulpverleners.

 

Het model van de Emiliehoeve vond in ons land, maar ook in het buitenland navolging.

Dit gebeurde ook in Rotterdam.

In Rotterdam was in 1970 in Kralingen een drugskliniek opgericht door de Bouman Stichting aan de Essenlaan, uitsluitend voor methadonbehandeling door middel van injecties. De behandeling was grenzeloos. De injecties werden steeds vroeger in de morgen gegeven. Een patiënt, die een week geen drugs had gebruikt kreeg als beloning een fles jenever. Toen de psychiater was overleden en er in totaal vijf patiënten in huis aan een overdosis waren dood gegaan klopte de staf om hulp aan bij de Emiliehoeve, die in die tijd een goed gestructureerd programma had ontwikkeld. Het gevolg was, dat ik parttime de functie Medisch Directeur drugs van de Boumanstichting op mij nam. Niet lang daarna werd het crisis-detoxificatiecentrum Heemraadsingel opgericht en werd de Essenlaan een drugvrije therapeutische gemeenschap naar model van de Emiliehoeve.

Naar voorbeeld van de Emiliehoeve werd in Den Haag de T.G. Triple-ex opgericht voor ex-verslaafden, ex-werklozen en ex-gedetineerden, drugverslaafden met een justitieverleden.  

 

De overlast ervaren door drugsverslaafden, die nog niet voor een behandeling hadden gekozen leidde in de zeventiger jaren tot veel politieke beroering. Veel gehoorde kreten vaak van dezelfde politici waren: Alle drugverslaafden moeten behandeld worden, desnoods gedwongen, sluit ze op, geef ze hun drugs onder medisch toezicht, laat ze alleen gebruiken in aparte gebruikersruimten etc. De voorstellen leken vooral uit angst voor de gebruikers geboren en weinig aandacht te schenken aan het waarom er zoveel jonge mensen  pijnstillers gebruikten om zich goed te kunnen voelen.  Drugverslaafden waren eng, vooral als ze zwart waren.    

 

Voor de onafhankelijkheid van Suriname een feit was waren Surinamers in grote getale naar Nederland gekomen. Een groot aantal van de hen kwam in contact met heroïne en raakte verslaafd. In Den Haag had in 1976 een groep Surinaamse verslaafden een pand in de Assendelftstraat gekraakt. Spoedig was dit een gebruik en dealeradres waar gemiddeld 70 verslaafden dagelijks verbleven tot grote ergernis van de omwonenden. Zij verzochten de gemeente om een oplossing.

Ik was toen een maand met vakantie. Bij terugkeer bleek er en deal te zijn tussen de gemeente en vertegenwoordigers van het kraakpand. Op voorwaarde, dat zij het pand verlieten kregen de krakers methadon verstrekt zonder verdere voorwaarden, zoals urinecontroles. Daartoe werd een bus door de gemeente beschikbaar besteld, die op  vaste tijden halt hield om methadon te verstrekken alleen aan de groep van de Surinaamse krakers. De groep verliet het kraakpand, kreeg de methadon vanuit de bus en kraakte een week later een ander pand aan de Prinsengracht.

De blanke verslaafden namen het niet, dat alleen Surinaamse verslaafden methadon kregen via de bus. Dit was discriminatie. De gemeente besloot daarop de methadonverstrekking uit te breiden tot andere overlast gevende groepen maximaal 300 personen. Een jaar later waren het meer dan 1000 verslaafden die methadon via de bus verstrekt kregen.

 

Dit systeem verstrekking per methadonbus werd kort daarop ook in Amsterdam ingevoerd met het doel de groep drugverslaafden in kaart te brengen en zo te controleren en daarmee de criminaliteit te verminderen.

Pas vele jaren later werd een onderzoek gedaan door Ed Leuw van het Wetenschappelijk  Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie naar het effect van de grootschalige methadonverstrekking op crimineel gedrag. Drie groepen werden vergeleken, een groep die methadon verstrekt kreeg vanuit de bus, een groep die methadon kreeg met urinecontroles en begeleiding door hulpverleners in een wijkpost en een groep heroïneverslaafden, die geen methadon gebruikten.

Het bleek dat de cliënten van de wijkpost het minst crimineel gedrag vertoonden. Zestig procent van hen was vrij van crimineel gedrag tegen 33 procent van de methadonbus groep. De busgroep bleek zelfs minder vrij te zijn van crimineel gedrag dan de groep die geen methadon verstrekt kreeg (41%). Zij bleken bovendien meer geld te verwerven uit criminaliteit dan de andere groepen.

Het resultaat leidde niet tot een ander beleid, sterker nog de programma’s met urinecontroles in de wijkposten werden gestopt en vervangen door een project voor extraproblematische verslaafden.

 

Onderzoek leidt blijkbaar niet tot een ander beleid!  

 

Een ander voorbeeld van het totaal negeren van onderzoek is wat er in Rotterdam met de drugshulpverlening is gebeurd.

De therapeutische gemeenschap  Essenlaan was als vergelijking programma onderzocht bij mijn onderzoek op de Erasmusuniversiteit naar de resultaten van de behandeling in de Emiliehoeve van de eerste 172 bewoners, die voor het eerst waren opgenomen.

Het bleek, dat hoe langer iemand aan het programma had deelgenomen hoe beter het resultaat van de behandeling was. Iedereen die korter dan 3 maanden was opgenomen viel binnen kortere of langere tijd terug in het oude gebruikspatroon.  Van diegenen, die tenminste een jaar bleven bleek 70% bij het follow-up onderzoek, twee jaar na vertrek uit het programma, geen hard drugs meer te gebruiken of alcoholproblemen te hebben.  Bij enkelen was er nog af en toe (minder dan eenmaal per week) gebruik van cannabis. Van degenen die het totale programma hadden afgemaakt, inclusief het zogenoemde terugkeer programma in het halfweghuis in de stad bleek ruim 80 % succesvol. Van alle bewoners die opgenomen waren tezamen was een derde na vertrek niet meer teruggevallen.

Ook bleek bij het follow-up onderzoek, dat sommigen na vertrek kort terugvielen en daarna stopten met gebruik. Twee jaar na vertrek bleek de helft van alle opgenomen bewoners in het laatste half jaar voor het interview geen hard drugs te hebben gebruikt en evenmin alcoholproblemen te hebben. Tien jaar later werden in een onderzoek onder leiding van de psychiater Chris van der Meer vergelijkbare resultaten gevonden. 

Het bleek verder, dat het resultaat van de behandeling meer dan twee maal zo groot was bij degenen van wie tenminste een van de ouders enkele oudergroepen had bijgewoond, vergeleken bij die ouders hadden, die niet aan de oudergroepen hadden deelgenomen. Als de ouders contact hadden met het programma, bleven hun kinderen langer in de behandeling en waren daardoor meer succesvol.

De resultaten van de T.G. Essenlaan uit de tachtiger jaren waren in mijn onderzoek vergelijkbaar met die van de Emiliehoeve.    

Nadat het hoofd van de Essenlaan, de verpleegkundige Christine de Bruijn, later was vervangen door een psycholoog werd het programma stap voor stap gewijzigd. In plaats van de confronterende groepen, kwamen er individuele gesprekken. De ex-verslaafden verdwenen uit het behandelteam.

De oudergroepen werden afgeschaft. Het programma werd uiteindelijk ingekort tot drie maanden. Toen na een aantal jaren bleek, dat het programma geen positieve resultaten had werd het opgeheven. De drugverslaafden worden nu bij de Bouman Stichting in Rotterdam opgenomen in een medisch model  kliniek tezamen met alcoholisten, waar ze medicijnen krijgen en waar drugs worden bijgebruikt.

 

Het zonder verdere begeleiding verstrekken van  methadon werd in de negentiger jaren harm reduction genoemd en werd het belangrijkste doel van het drugsbeleid in ons land.

Het is geen behandeling maar het verminderen van de schade. De vraag is welke schade wordt verminderd en of het niet de schade voor de  verslaafde vergroot.

Na de introductie van de grootschalige methadonverstrekking in Den Haag steeg de gemiddelde leeftijd van de eerste opnamen op de Emiliehoeve met ruim vijf jaar.

Toen uiteindelijk bleek, dat de criminaliteit met de methadonverstrekking niet verminderde en fors werd bijgebruikt werd de dosis van de methadon verhoogd en  gestart met het verstrekken van heroïne. Interessant is dat de methadon naast de heroïne wordt gegeven, iets wat in het buitenland niet is uit te leggen.

Het heroïne verstrekkingsprogramma dat cliënten verslaafd houdt, gedrogeerd met heroïne en methadon, aan wie onder toezicht van verpleegkundigen vanachter kogelvrij glas hun drugs worden verstrekt wordt een succes genoemd. In plaats van twaalf keer per maand stelen zij drie tot vier keer per maand. Het kost per deelnemer ongeveer 25.000 Euro per jaar om hen verslaafd te houden.

 

Behandeling door opname in een therapeutische gemeenschap zoals de Emiliehoeve wordt door de lange duur kostbaar genoemd. Een kortere behandeling lijkt goedkoper.

Op grond hiervan werden in ons land een aantal goed functionerende Therapeutische Gemeenschappen vervangen door kortdurende klinieken volgens het medisch model.  

Maar zijn deze klinieken wel goedkoper ?  Als het effect afhangt van de duur van de behandeling en een te korte behandeling weinig resultaat heeft is een te korte behandeling uiteindelijk geldverspilling.

 

Is een langdurige behandeling zoals in een T.G. duur?

Uit een kostenbaten analyse van de Emiliehoeve en Triple-Ex blijkt niet alleen dat een langdurige behandeling relatief goedkoop is maar zelfs geld oplevert.        

 

Doorgaans wordt ten aanzien van de behandeling van drugsverslaafden uitsluitend gekeken naar de kosten en niet naar de baten van de behandeling.

Wanneer we op grond van de uitkomsten van bovengenoemd follow up onderzoek bij de Emiliehoeve uitgaan van 50% succes bij de behandeling, dan betekend dit dat bij de succes groep geen extra kosten voor maatschappelijke opvang, ziekenhuisopnames, detenties, crisisinterventie etc. meer hoeven te worden gemaakt na de behandeling. Bovendien heeft het merendeel van de met succes behandelden geen uitkering meer maar een betaalde baan en betaalt belasting.

 

Tijdens een opname in een drugvrij programma worden geen drugs gebruikt, zijn er geen kosten voor detentie, is er geen schade door overlast of crimineel gedrag en is de uitkering doorgaans vervangen door zak- en kleedgeld. De behandeling zelf levert dus tijdens de opname al winst op. Zelfs als zou het merendeel van de ex-bewoners na vertrek weer gebruiken is er winst. Daarbij komt nog, dat de minst succesvolle cliënten het kortst de bedden bezetten.

 

In een onderzoek naar de kosten en baten van de behandeling in de Emiliehoeve en Triple-Ex

bleek, dat zelfs bij een lage succes schatting van 20 van de 60 jaarlijks opgenomen verslaafden de kosten veel lager zijn dan de baten. De kosten zijn 1.800.000 € , de baten 5.280.000 €. Dit betekent dat de baten 2,9 maal de kosten zijn. Beide programma´s besparen de maatschappij dus per jaar 5 miljoen Euro aan kosten.

Behalve de in geld uit te drukken winst is er de winst door het weer leren omgaan met normen en waarden door de cliënten en de lastenvermindering voor de ouders en andere  familieleden.     

 

Drugvrije behandeling levert dus geld op voor de belastingbetaler.

 

Hoe is de situatie nu ?

 

Anders dan een tiental jaren geleden is het gebruik van heroïne aan het afnemen. Heroïne is de drug van losers van oudere verslaafden. Het gebruik van cocaïne stijgt. Cannabis  wordt niet meer alleen als recreatief middel gebruik maar meer om dagelijks weg te zijn, om te kunnen slapen. Verder is het gebruik van bepaald niet ongevaarlijke zogenaamde partydrugs als ecstasy populair geworden.

 

Ons land is weinig tolerant voor drugsverslaafden die overlast bezorgen. Als zij driemaal veroordeeld  zijn kunnen zij voor twee jaar gedwongen opgenomen worden in een strafrechtelijke instelling voor veelplegers, de instellingen voor stelselmatige daders. Dit zijn aparte afdelingen in een gevangenis. Zij krijgen daar nauwelijks behandeling aangeboden en de nazorg is meestal door de gemeenten slecht geregeld. Ook deze aanpak wordt een succes genoemd. De lastpakken zijn twee jaar van de straat. Dat ze na twee jaar doorgaans onveranderd terugkomen in de maatschappij wordt hierbij vergeten.

De politiek is richt zich op korte termijn oplossingen.

 

Voor jongere verslaafden bestaat nauwelijks behandeling. De therapeutische gemeenschap Mistral in Den Haag is in Nederland een van de weinige opnamemogelijkheden voor deze groep in ons land.

De situatie in Den Haag is door de aanwezigheid van Mistral, de Emiliehoeve, Triple-Ex, het project voor moeders met kinderen Project 4, de kliniek voor korte klinische behandeling voor alcohol en drugsproblemen Mirage , de opvang, na een verblijf in een Instelling voor Stelselmatige Daders, Remise en een dubbele diagnose afdeling voor verslaafden met een psychiatrische aandoening bepaald een gunstige uitzondering en zeker beter voorzien van afkickmogelijkheden dan in de andere grote steden in ons land. Door het ontbreken van mogelijkheden om af te kicken elders zijn er echter wachtlijsten.

Door de recente fusies met andere instellingen en de nieuwe financiering van de gezondheidszorg volgens een zo genoemde voor elke individuele patiënt aparte behandel diagnose combinatie (DBC) waarbij geen rekening wordt gehouden met het resultaat van de behandeling ben ik niet zeker van het voortbestaan van deze mogelijkheden in Den Haag.

We behoeven maar te kijken naar wat er in Rotterdam is gebeurd.

Dat er projecten zijn gekomen  als dat van de Stichting In de Vrijheid juich ik toe. Het feit dat dit nu gebeurt is, evenals  het ontstaan van dure privé-klinieken waar je kunt afkicken en het vetrekken van verslaafden naar een kliniek in het buitenland, een symptoom van een falend beleid, dat niet gericht is op behandeling maar op overlastbestrijding.

 

Ik zou willen besluiten met de volgende stellingen:

 

- Het Nederlandse drugsbeleid  berust op angst en gebrek aan kennis.

- Resultaten uit onderzoek worden genegeerd.

- Politici zijn doorgaans bezig met het signaleren van problemen en niet geïnteresseerd in lange termijn oplossingen.

- Het verstrekken van verslavende middelen aan verslaafden zonder verdere begeleiding moet gestopt worden.

- Harm reduction is geen behandeling.

- Drugvrije behandeling is de beste harm reduction.

- Harm reduction is kostbaar

- Behandeling levert geld op.

 

Conclusies

Onderzoek leidt blijkbaar niet tot een ander beleid!

6.

 Eurad international

door Renée Besseling

Mw. Renée Besseling is Secretaris Generaal van EURAD. Zij vertelt welke 2 componenten altijd aanwezig zijn bij het eerste drugsgebruik en verteld over de geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid.

 

Wanneer iemand met drugs begint zijn er altijd twee componenten aanwezig, namelijk het onbeschermd en het ontvankelijk zijn.

 

Het onbeschermd zijn heeft te maken met sociale factoren van buitenaf zoals:

·        Toegang tot drugs (hoe gemakkelijk ze te verkrijgen zijn);

·        Kosten (hoe goedkoper des te gemakkelijker gekocht);

·        Politie maatregelen (onduidelijk of gebrek aan);

·        Groepsdruk (kan heel sterk zijn);

·        Gebrek aan aanwezigheid of gebrek aan interesse van volwassenen;

·        Normen en waarden in de samenleving en groep;
 

De semi-legale verkoop van drugs en de attributen voor het gebruik daarvan is commercieel en veelzijdig. In de coffeeshops komen jongeren in contact met de meer geroutineerde gebruikers. Jongeren krijgen raad en adviezen in de coffeeshop van de personen die drugs verkopen. Het advies aan deze jongeren is hoe ze de drugs het beste kunnen gebruiken met zo min mogelijk schade om zo lang mogelijk een tevreden klant te blijven. Parnassia geeft deze adviezen ook en dit alles met goedkeuring van politiek Den Haag. Voorkomen van drugsgebruik is niet het doel van deze preventie initiatieven.

Jongeren in Nederland leven in een onbeschermd milieu wat drugs betreft.

 

§ 33 Uit het VN Verdrag Rechten van het Kind

n        We moeten alle kinderen beschermen tegen het illegale gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen zoals omschreven in de desbetreffende Internationale Verdragen en inschakeling van kinderen bij de illegale productie van en de sluikhandel in deze middelen en stoffen te voorkomen.

 

n         NL heeft dit verdrag in 1990 ondertekend en op 6 februari 1995 geratificeerd.

 

Het ontvankelijk zijn hangt af van de individuele factoren van binnenuit zoals:

·        Nieuwsgierigheid;

·        Onzekerheid;

·        Zich onveilig voelen;

·        De behoefte om te imponeren;

·        Ondernemingslust;

·        Voor de werkelijkheid weglopen;

·        Genetische factoren (verslaving in biologisch familieverband);

·        Beïnvloeding van andere genotmiddelen (men begint bijv. met hasj onder de 

          invloed van alcohol);

Deze factoren hoeven niet tot drugsgebruik te leiden maar in combinatie met het onbeschermd zijn, kunnen ze doorslaggevend zijn.

Het is duidelijk dat bij ieder lijntje van cocaïne, heroïnespuit, een joint, paddogebruik, bij het kauwen van qat enz. een klein stukje van de persoon dus ook van Nederland afsterft. Als het vaak gebeurd wordt dat heel duidelijk zichtbaar en de bevolking reageert en vraagt om adequate maatregelen die gericht is op preventie, tijdig ingrijpen en drugsvrije behandeling.

71 % van de bevolking reageert dan ook terecht tegen dit gedoogbeleid.

Een drug die eenmaal op de samenleving is losgelaten is niet meer te controleren.
Want laten we duidelijk zijn cannabis is een illegale drug omdat het schadelijk is.


Het Nederlandse drugsbeleid, zo zegt de politiek, is gericht op de volksgezondheid,
 het tegengaan van drugscriminaliteit en drugsoverlast, de productie van en handel in drugs worden krachtig bestreden en schadevermindering bij het gebruik van drugs.

 

Vreemd genoeg, is het beleid niet gericht op het stoppen of verminderen van de vraag naar drugs en de productie van de kleinhandel in cannabisproducten. Cannabis is niet alleen schadelijk maar net als alcohol en tabak een opstapdrug naar andere drugs.

 

In het Tweede Kamerdebat van 8 maart jl. dat door D66-Kamerlid Boris van der Ham werd aangevraagd, wilde hij een slag slaan voor de wijziging in de Internationale Verdragen van verdovende middelen. Hij sprak warm voor het Regie stelsel (=monopolie van drugshandel). De PvdA is voor reguleren, want zo zeggen ze, reguleren is controleren en zij waren niet de enigen.

 

Maar wat bedoelde de heer Van der Ham met een Nederlands Regie stelsel? Een monopolie en het  reguleren van de drugshandel en het gebruik daarvan is niet nieuw. Het is de Nederlandse drugspolitiek van de laatste 400 jaar. De Verdragen zijn  pas veel later gekomen als antwoord op o.a. het Regie stelsel. Laten we terug gaan in de geschiedenis van de Nederlandse drugspolitiek en of drugs zonder een verbod te reguleren dus te controleren zijn.

  

In 1602 werd de Oost-Indische compagnie opgericht in Nederland. Zij kreeg van de Staten-Generaal het alleenrecht op de handel in Oost-Indië. Opium was een deel daarvan. Zij hadden de aanvoer van Opium en de distributie en de verkoop aan de consumenten hoofdzakelijk overgelaten aan de op Java gevestigde Chinezen. Dit import monopolie had tot gevolg dat de illegale opium floreerde.

In 1612 werd iedere vorm van particuliere handel in opium
verboden (Gouverneur-generaal Both).
En in 1678 werden er met strenge straffen gedreigd, ja
zelfs  met de doodstraf. Maar de sluikhandel ging gewoon door. Opiumhandel bleek een goudmijn voor de VOC. 

 

In  1743 werd het voorstel geopperd om de opiumhandel maar vrij te geven met de bedoeling om de sluikhandel te stoppen wat dus niet is gelukt. (door Generaal Van Imhoff).

Het doel van de VOC was zoveel mogelijk gewin uit de verkoop van opium te halen via een zo hoog mogelijke omzet. Toen het duidelijk werd, dat opium slachtoffers maakte werd het doel van de toenmalige regering zoveel mogelijk winst te halen uit een zo klein mogelijke groep mensen.


Regulering van het opium gebruik
begon in 1745 met de Amfioensociëteit  (Opium Society) wat verdacht veel lijkt op de Open Society wat in het nieuws kwam door prinses Mabel en aangehaald werd in het Kamerdebat van 6 maart door mevrouw Azough van GroenLinks die de prinses daar als volgt citeerde: “Ons beleid is effectief gebleken. Wij zouden dit met leiderschap, focus en inzet moeten verdedigen, en niet defensief, genegeerd of zelfs schaapachtig, zoals helaas te vaak gebeurd.” Einde citaat.

Het doel van de Opium Sociëteit was het onderdrukken van de smokkelhandel en het verschaffen van financiële middelen voor de compagnie.

Het pachtstelsel werd ingevoerd die het recht gaf opium te bereiden en dat op aangewezen plaatsen in kleine hoeveelheden te verkopen. Het probleem met dit stelsel was dat de drugsverkopers gesloten organisaties opbouwden. Op financieel en economisch gebied kwamen invloedrijke personen, die de machtspositie van het Nederlandse bestuur konden aantasten. Het aantal legale- en illegale opiumkitten waren kenmerkend voor deze perioden, de illegale gaven grote winsten. De sluikhandel ging gewoon door, dus een nieuwe maatregel werd genomen.

Het Tiban-Siram stelsel. Tiban was de hoeveelheid opium met een bepaalde samenstelling en prijs die bij het gouverneursambt gekocht moest worden. Siram was de extra hoeveelheid die de opium verkoper kon kopen als hij voldoende Tiban had gekocht.

Als de autoriteiten te weinig opium op de markt loslieten vulden de smokkelaars dat aan. Als het te veel was werd het drugsprobleem groter.

Niets hielp de criminaliteit tegen te gaan dus stelde Dr. L.W. de Roo voor het Monopolie stelsel af te schaffen en de invoer van opium op Java geheel vrij te laten en de verkoop niets in de weg te leggen of geheel te legaliseren. Dit gaf moeilijkheden.

Het Panto Enganstelsel werd ingezet en de z.g. Panto Engan huizen mochten alleen zij die de opium bij de zetbaas hadden gekocht zich in het Panto Engan huis van opium voorzien. Deze maatregel voldeed niet wat werd toegeschreven aan de dubbele moraal namelijk zoveel mogelijk winst halen uit zo weinig mogelijk gebruikers. De sluikhandel floreerde.
Tijdens de Opium Regie werd de opium in tubes verpakt om knoeierijen met de inhoud en verpakking gemakkelijk te kunnen vaststellen. De koper werd geregistreerd.  De verkoop
floreerde. In 1894 werd er op kleine schaal met de verkoop van verpakte Regie Opium begonnen. Vergelijkbaar zien we nu in de apotheken de zg. medicinale cannabis en de heroïneverstrekking.
In 1886 zei Wiselius: “ Zonder op te treden als verdediger van de opium, moeten we de tijdgeest accepteren die een uitbreiding van dit consumptieartikel in alle vijf werelddelen wenst. Om tegen de stroom in te roeien leidt dit niet tot het gewenste resultaat en heeft financiële consequenties. Bovendien is het zinvoller, als de staat uit een dergelijk toenemende liefhebberij zoveel mogelijk voordeel tracht te trekken."
M.a.w. accijnzen en de
drugsindustrie waren belangrijker dan het volk.  In de Kamer zei mw. Bouwmeester van de PvdA  dat de PvdA geen voorstander is van drugs,  maar als men gebruikt ...boven de 18 jaar... dan heeft zij liever dat men verantwoord gebruikt. Er moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen het gebruik en misbruik van drugs.”

 

De Opium regie, het reguleren van de opium zou je kunnen zeggen, bereikte niet de gewenste resultaten. Toch was er een vermindering van het gebruik, welke werd toegeschreven aan de economische crisis in de jaren twintig en dertig toen de opiumschuivers de dure opium niet konden betalen. Maar dat was het niet alleen.
In 1890 werd in Nederland de Anti-opiumbond opgericht. Deze
had tot doel het gebruik van opium in Nederlands-Indië te bestrijden en te streven naar vermindering van het gebruik. Zij schudden ook het geweten van de Nederlanders wakker en leverden kritiek op het opiumbeleid.

Boris v.d. Ham (D66) wil terug naar de tijd van de Regie oftewel het reguleren van drugs. De geschiedenis van drugs met inbegrip van de laatste 32 jaar zijn in het kort als volgt samen te vatten.

 

 



Uit ervaring vanuit het verleden, blijkt dat een Regie stelsel, voorgesteld door Boris van de Ham tijdens het drugsdebat in de Tweede Kamer, blijken nog nooit gewerkt heeft. Handel met drugs gaven goede winsten maar miljoenen  mensen waren het slachtoffer van deze drugshandel. Twee drugsoorlogen zijn er gevoerd (1839 en 1856), slaven werden verhandeld en miljoenen werden verslaafd aan de drugs. De Internationale Verdragen in verdovende middelen (de eerste kwam in Sjanghai in 1909 tot stand) is het antwoord geweest op de agressieve drugshandel en het enorme lijden van de bevolking.

 

Citaat uit het VN Enkelvoudig Verdrag 1961 (moederverdrag)"Partijen zijn verplicht wetgevende en administratieve maatregelen te nemen die nodig zijn om de productie van, de handel in, en het bezit van drugs uitsluitend tot geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden te beperken, alle activiteiten die niet op deze doeleinden zijn gericht, zijn strafbare feiten, die op passende wijze moeten worden vergolden."

Het is dus duidelijk dat drugs volgens de internationale afspraken niet voor de roes zijn. Daarom zijn de huidige internationale VN Verdragen van groot belang voor de bevolking. Wij moeten ons hiervan bewust zijn. Navolging van deze richtlijnen verminderen de inkomsten van de drugskartels en de hele drugsindustrie. Nu verdienen ze zowel aan de illegale, als aan de semi-legale drugshandel in Nederland.

 

2008
De Staat heeft de laatste 32 jaar het Nederlandse drugsbeleid gereguleerd en daarmee de handel in drugs de mogelijkheid gegeven om hun waren aan de man te brengen. Organisaties zoals ENCOD, IAL, SENSLIS, Open Society, NORLM enz.
enz willen dit zo houden en uitbreiden. Reguleren, harm reductie en decriminaliseren, ja zelfs legaliseren is hun motto, wat alleen via politieke wegen mogelijk is. Niet alleen in Nederland zijn zij actief ook in andere landen. Zij hebben enorm veel geld en mankracht om hun gif in de samenleving en de politiek te laten inwerken.

Vrijwilligers organisaties zoals In de Vrijheid, Clearlight, EURAD, Moedige Moeders, Stichting Voorkom enz. hebben geen geld en worden niet door de staat gesponsord laat staan als adviseurs wat bijvoorbeeld wel in Zweden het geval is.

·          Er is een groeiend besef bij de Nederlandse bevolking, dat drugs wel degelijk bestreden kunnen worden.

·          Dat de vraag naar drugs kan en moet worden gestopt.

·          Dat verslaafden drugsvrij kunnen worden

·          En jongeren beschermd moeten worden.


Internationaal zitten we niet te wachten op een Nederlandse minister die de boer op gaat om Harm reductie naar het Nederlandse model te propageren. Dat werkt niet meer. Het wordt de hoogste tijd om het liberale drugsbeleid te dumpen. Het is onacceptabel, Nederland staat geïsoleerd in de wereld, ondermijnt de democratie en ondermijnt de volksgezondheid.

Waar wij op zitten te wachten is een Nederlandse Minister die openstaat voor een restrictief drugsbeleid. Die wordt met open armen en met respect ontvangen.

Conclusies

Uit de drugsgeschiedenis leren wij wat niet werkt. Met die wetenschap, kunnen wij nu een andere betere weg inslaan. Een weg voor een restrictief drugsbeleid, waarbij de mens weer voorop staat.

7.

 Stichting In de Vrijheid

door remko joritsma

Dhr. Remko Joritsma is directeur van opvangcentrum Stichting In de Vrijheid. Het opvangcentrum heeft 40 bedden. Remko  is zelf ook ervaringsdeskundige. De heer Remko Joritsma verteld over opgebouwde ervaringen met betrekking van afkicken. Afkicken is niet moeilijk! De ervaring leert dat de meeste verslaafden binnen 10 dagen het ergste hebben gehad. De periode van afkicken is vergelijkbaar met het gevoel van een behoorlijke griep en niet veel erger dan dat. De zwaarte van de zorg ligt vooral op het leren clean te blijven. Stichting In de Vrijheid heeft één doel, de drugsvrije status te verwerven voor haar cliënten en vooral om die te behouden. Clean zijn is een eerbare status binnen de scène, die ook als zodanig gerespecteerd wordt. Elke verslaafde is jaloers op een ex-verslaafde! Hier kan je wat mee in de zorg. Vervolgens ligt de oorzaak van verslaving vaak op psychosociaal vlak. Identiteitsproblematiek is een ernstig aandachtspunt. Door aandachtgebrek heeft men veel last van gevoel van afwijzing en minderwaardigheid. Wij zijn kinderen van God. De ware identiteit terug vinden is genezend hierin. Net zo goed als leren vergeving te vragen voor gedane misdaden en vergeving te geven aan hen die pijn gedaan hebben. Dit is vaak  emotioneel proces, maar erg genezend. Verslaafden roesmiddelen geven is hen opgeven, om zodoende makkelijk van ze af te komen. Een hulpverlener zou daar nooit in moeten berusten. Wij hebben meerdere mensen die 30 jaar verslaafd zijn geweest en clean werden en vooral; clean bleven! Clean worden is de enige optie en de goedkoopste van allemaal! Sterker nog, grote winst omdat de ex-verslaafden ingezet kunnen worden als ervaringsdeskundigen voor drugspreventie. 

    Door middel van afkickprogramma’s kunnen de verslaafden tijdens de behandeling:

1.Onder medisch toezicht afkicken.
2. Resocialisatie programma dat toegesneden is op de problematiek.
3. Trauma verwerking en terugvalpreventie lessen.
4. Schulden problematiek aanpakken. (materiële en immateriële)
5. Werkprojecten in voorbereiding op maatschappelijke participatie.
6. ZBW Kamerbegeleidings-projecten als nazorg en re-integratie, alsmede zelfredzaamheidstraining als tweede fase.
7. Helpen een betekenisvolle inhoud aan het leven te geven.

Voor de maatschappij zijn er de volgende blijvende voordelen.
1.      Vermindering en herstel van sociale schade.
2.      Vermindering criminaliteit en overlast.   
3.      Vermindering van de onveiligheid.   
4.      Vermindering van drugshandel.
5.      Vermindering van kosten ten gevolgen van arrestatie en in bewaringstelling.
6.      Vermindering van kosten methadonverstrekking.
7.      Vermindering van kosten drugsposten en gebruikersruimtes.

 

Door Stichting In de Vrijheid voorgesteld effectief drugsbeleid:

1.       Alle handel in drugs strafbaar stellen en hierop handhaven.

2.       Mensen die een kleine, nader te bepalen hoeveelheid, drugs bij zich hebben en gebruiken, niet vervolgen. Wel de aanwezige drugs in beslag nemen. We zijn tegen drugs, niet tegen de drugsverslaafden.

3.       Needle exchange, naalden inruil blijven toepassen. Dit ter bescherming van het verbreiden van gevaarlijke  ziekten zoals AIDS, geelzucht en andere infectieziekten. De bescherming tegen deze ziekten verlengt de levens van mensen die wellicht op latere leeftijd open staan voor adequate hulpverleningsprojecten.

4.       Geen methadonverstrekking meer omdat de tijd (lees artikel) heeft uitgewezen dat deze vorm van verstrekking van opiaten, een minimum resultaat boekt. De kosten van deze projecten kunnen beter gebruikt worden voor de volgende vormen van hulpverlening;

5.       Intensieve drugspreventie programma’s die met feiten komen die door degelijke wetenschappelijke onderzoeken zijn vastgelegd. Bijvoorbeeld de schadelijke gevolgen van het drugsgebruik, voor het lichaam. Ook met betrekking tot cannabisgebruik, waarvan de schade al wetenschappelijk vastgelegd is, goed communiceren.

6.       Om drugsgebruikers te motiveren om af te kicken, is uitbreiding van het straathoekwerk van groot belang. Dit werk kan eventueel ondersteund worden door kleine aanloopcentra. Hier moeten drugsgebruikers terecht kunnen met hun problemen. Ze kunnen dan raad krijgen hoe om te gaan met hun problemen en een bak koffie krijgen.

             Mede informatie ontvangen aangaande zorg en evt. toeleiding daar naar toe regelen.

7.       Door het opzetten van goede opvangcentra, waar curatief gerichte begeleidingsprogramma’s aangeboden worden, maken de verslaafden een reële kans op een nieuw drugsvrij leven.

 

Lees in dit krantenartikel de klucht waar Nederlandse Gemeenten in terecht komen, door het dwaze beleid van heroïneverstrekking.

(krantenartikel)

De twaalf gemeenten die sinds vorig jaar geld ontvangen voor de verstrekking van gratis heroïne aan verslaafden hebben het kabinet gevraagd om meer geld voor de aankoop van harddrugs.
Gemeenten willen meer geld voor gratis heroïne
In een brief aan minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid (VVD) zeggen de gemeenten meer geld te willen, en ook meer zekerheid over voortzetting van de drugsverstrekking. Het gaat om de gemeenten Haarlem, Enschede, Apeldoorn, Arnhem, Nijmegen, Den Bosch, Tilburg, Eindhoven, Maastricht, Leeuwarden, Leiden en Deventer.
‘Onbehandelbaar’
De gemeenten protesteren ook tegen het feit dat de grote steden Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag, plus Heerlen en Groningen, voor de gratis heroïneverstrekking een hogere en structurele subsidie ontvangen.

Eind vorig jaar gaf de kamer de gemeenten toestemming te experimenteren met ‘medische heroïneverstrekking’, aan volgens artsen onbehandelbare verslaafden.

De gemeenten stellen dat het project heeft geleid tot een verbetering van de gezondheid van verslaafden en een vermindering van hun criminele activiteiten.
Naast een hoger bedrag voor gratis heroïne willen de middelgrote gemeenten ook af van de bepaling die ze dwingt om onderzoek te verrichten naar de effecten van de ‘behandeling’, want dat zou te veel geld kosten.

 

Conclusies

Alleen afkicken en een goed nabehandelingprogramma met alles wat nodig is om stabiel clean te blijven, is goed voor de gezondheid van verslaafden en goed voor de maatschappij. Politiek betaalt uit belastinggeld van burgers voor het in stand houden van verslaving (en hiermee de overlast die dat voor de burgers met zich meebrengt) en wil geen onderzoek verrichten naar de “effecten van de behandeling”.

 

8.

 Sluiting

door ROB HEDERIK

De heer Rob Hederik dankt een ieder voor zijn inbreng en hoopt, net als de sprekers van vandaag, dat door samenwerking van de onderlinge organisaties die een restrictief drugsbeleid zien als het antwoord op het huidige drugsbeleid, dat die doelstelling ook behaalt zal worden. Door ervaringen uit het verleden weten we wat niet werkt. Van belang is dan wel om ook naar de geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid te kijken, zoals mw. Renée Besseling ons vandaag zo duidelijk schetste. Bovendien zouden uitslagen van onderzoeken niet zomaar naast zich neer moeten worden gelegd, door de Nederlandse politiek. Zoals bleek uit de toespraak van de heer dr. Martien Kooyman. En om even terug te komen op het feit dat gemeenten meer geld vragen voor de verstrekking van harddrugs, dhr. Dr. Martien Kooyman vertelde al over zijn zorgen met betrekking tot de recente fusies van reguliere zorginstellingen”. De nieuwe financiering van de gezondheidszorg volgens een zo genoemde “behandel diagnose” in combinatie met het feit dat er geen rekening wordt gehouden met het resultaat over die “zorgverlening”, baart ons allen ernstige zorgen. Ik zou willen afsluiten met de opmerking van dhr. Dr. Martien Kooyman met de volgende opmerking: Harm reduction is geen behandeling. Drugsvrije behandeling is de beste harm reduction”.

        Door middel van afkickprogramma’s kunnen de verslaafden tijdens de behandeling:

1. Onder medisch toezicht afkicken.
2. Resocialisatie programma dat toegesneden is op de problematiek.
3. Trauma verwerking en terugvalpreventie lessen.
4. Schulden problematiek aanpakken. (materiële en immateriële)
5. Werkprojecten in voorbereiding op maatschappelijke participatie.
6. ZBW Kamerbegeleidings-projecten als nazorg en re-integratie
    alsmede zelfredzaamheidstraining als tweede fase.
7. Helpen een betekenisvolle inhoud aan het leven te geven.

Voor de maatschappij zijn er de volgende blijvende voordelen.
1.      Vermindering en herstel van sociale schade.
2.      Vermindering criminaliteit en overlast.   
3.      Vermindering van de onveiligheid.   
4.      Vermindering van drugshandel.
5.      Vermindering van kosten ten gevolgen van arrestatie en in bewaringstelling.
6.      Vermindering van kosten methadonverstrekking.
7.      Vermindering van kosten drugsposten en gebruikersruimtes.

Door Stichting In de Vrijheid voorgesteld effectief drugsbeleid:

1.       Alle handel in drugs strafbaar stellen en hierop handhaven.

2.       Mensen die een kleine, nader te bepalen hoeveelheid, drugs bij zich hebben en gebruiken, niet vervolgen. Wel de aanwezige drugs in beslag nemen. We zijn tegen drugs, niet tegen de drugsverslaafden.

3.       Needle exchange, naalden inruil blijven toepassen. Dit ter bescherming van het verbreiden van gevaarlijke  ziekten zoals AIDS, geelzucht en andere infectieziekten. De bescherming tegen deze ziekten verlengt de levens van mensen die wellicht op latere leeftijd open staan voor adequate hulpverleningsprojecten.

4.       Geen methadonverstrekking meer omdat de tijd (lees artikel) heeft uitgewezen dat deze vorm van verstrekking van opiaten, een minimum resultaat boekt. De kosten van deze projecten kunnen beter gebruikt worden voor de volgende vormen van hulpverlening;

5.       Intensieve drugspreventie programma’s die met feiten komen die door degelijke wetenschappelijke onderzoeken zijn vastgelegd. Bijvoorbeeld de schadelijke gevolgen van het drugsgebruik, voor het lichaam. Ook met betrekking tot cannabisgebruik, waarvan de schade al wetenschappelijk vastgelegd is, goed communiceren.

6.       Om drugsgebruikers te motiveren om af te kicken, is uitbreiding van het straathoekwerk van groot belang. Dit werk kan eventueel ondersteund worden door kleine aanloopcentra. Hier moeten drugsgebruikers terecht kunnen met hun problemen. Ze kunnen dan raad krijgen hoe om te gaan met hun problemen en een bak koffie krijgen.

             Mede informatie ontvangen aangaande zorg en evt. toeleiding daar naar toe regelen.

7.       Door het opzetten van goede opvangcentra, waar curatief gerichte begeleidingsprogramma’s aangeboden worden, maken de verslaafden een reële kans op een nieuw drugsvrij leven.

Lees in dit krantenartikel de klucht waar Nederlandse Gemeenten in terecht komen, door het dwaze beleid van heroïneverstrekking.

(krantenartikel)

De twaalf gemeenten die sinds vorig jaar geld ontvangen voor de verstrekking van gratis heroïne aan verslaafden hebben het kabinet gevraagd om meer geld voor de aankoop van harddrugs.
Gemeenten willen meer geld voor gratis heroïne
In een brief aan minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid (VVD) zeggen de gemeenten meer geld te willen, en ook meer zekerheid over voortzetting van de drugsverstrekking. Het gaat om de gemeenten Haarlem, Enschede, Apeldoorn, Arnhem, Nijmegen, Den Bosch, Tilburg, Eindhoven, Maastricht, Leeuwarden, Leiden en Deventer.
‘Onbehandelbaar’
De gemeenten protesteren ook tegen het feit dat de grote steden Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag, plus Heerlen en Groningen, voor de gratis heroïneverstrekking een hogere en structurele subsidie ontvangen.

Eind vorig jaar gaf de kamer de gemeenten toestemming te experimenteren met ‘medische heroïneverstrekking’, aan volgens artsen onbehandelbare verslaafden.

De gemeenten stellen dat het project heeft geleid tot een verbetering van de gezondheid van verslaafden en een vermindering van hun criminele activiteiten.
Naast een hoger bedrag voor gratis heroïne willen de middelgrote gemeenten ook af van de bepaling die ze dwingt om onderzoek te verrichten naar de effecten van de ‘behandeling’, want dat zou te veel geld kosten.

 

 

Conclusies

Alleen afkicken en een goed nabehandelingprogramma met alles wat nodig is om stabiel clean te blijven, is goed voor de gezondheid van verslaafden en goed voor de maatschappij. Politiek betaalt uit belastinggeld van burgers voor het in stand houden van verslaving (en hiermee de overlast die dat voor de burgers met zich meebrengt) en wil geen onderzoek verrichten naar de “effecten van de behandeling”.

8.

 Sluiting

door ROB HEDERIK

De heer Rob Hederik dankt een ieder voor zijn inbreng en hoopt, net als de sprekers van vandaag, dat door samenwerking van de onderlinge organisaties die een restrictief drugsbeleid zien als het antwoord op het huidige drugsbeleid, dat die doelstelling ook behaald zal worden. Door ervaringen uit het verleden weten we wat niet werkt. Van belang is dan wel om ook naar de geschiedenis van het Nederlandse drugsbeleid te kijken, zoals mw. Renée Besseling ons vandaag zo duidelijk schetste. Bovendien zouden uitslagen van onderzoeken niet zomaar naast zich neer moeten worden gelegd, door de Nederlandse politiek. Zoals bleek uit de toespraak van de heer dr. Martien Kooyman. En om even terug te komen op het feit dat gemeenten meer geld vragen voor de verstrekking van harddrugs, dhr. Dr. Martien Kooyman vertelde al over zijn zorgen waarbij door recente fusies van reguliere zorginstellingen”. De nieuwe financiering van de gezondheidszorg volgens een zo genoemde “behandel diagnose” in combinatie met het feit dat er geen rekening wordt gehouden met het resultaat over die “zorgverlening”, baart ons allen ernstige zorgen. Ik zou willen afsluiten met de opmerking van dhr. Dr. Martien Kooyman met de volgende opmerking: Harm reduction is geen behandeling. Drugsvrije behandeling is de beste harm reduction”.